Toen Omroep ZWART in 2020 werd opgericht door Akwasi en Gianni Lieuw-A-Soe, was de missie duidelijk en krachtig: het Nederlandse medialandschap moest inclusiever, eerlijker en diverser worden. De omroep wilde een stem geven aan mensen en gemeenschappen die zich zelden of nooit vertegenwoordigd voelden binnen de publieke omroep. Het initiatief werd enthousiast ontvangen. Met scherpe standpunten, gedurfde programma’s en een duidelijke maatschappelijke boodschap leek Omroep ZWART een frisse wind door Hilversum te blazen.
In korte tijd groeide het ledenaantal naar ruim 50.000, een mijlpaal die vertrouwen gaf. De toon was gezet: er kwam ruimte voor andere verhalen, nieuwe perspectieven en gesprekken die niet overal gevoerd werden. Toch, een paar jaar later, blijkt de praktijk weerbarstiger. De droom van een structurele plek binnen het publieke bestel wankelt.

De strijd om leden
Omroep ZWART moest vóór eind 2025 minstens 100.000 leden hebben om te mogen blijven bestaan binnen het publieke omroepbestel. Dat doel lijkt nu verder weg dan ooit. Volgens recente cijfers schommelt het aantal leden rond de 38.000 — ruim onder de vereiste grens. En dat terwijl de tijd dringt.
Voor Akwasi is het een harde werkelijkheid. In verschillende interviews heeft hij benadrukt dat het niet alleen om cijfers gaat, maar om de boodschap. Toch zijn die cijfers cruciaal voor het voortbestaan. De publieke omroep is nu eenmaal een systeem waarin ledenaantallen bepalen wie er mee mag doen. En juist dat maakt de situatie precair: een idealistische missie alleen is niet genoeg, er moet ook een stabiele achterban zijn.

De visie blijft overeind
Akwasi en zijn team blijven geloven in de kern van hun boodschap. Diversiteit, representatie en verbinding zijn waarden die volgens hen niets aan urgentie hebben ingeboet. “Er zijn nog steeds te veel mensen die zich niet gezien of gehoord voelen,” zei Akwasi onlangs. “Dat verandert niet omdat het moeilijk wordt.”
Omroep ZWART maakte naam met programma’s die bewust nieuwe stemmen aan het woord lieten. Van jongeren die hun blik op de samenleving deelden tot makers met een achtergrond buiten de traditionele mediawereld. De omroep wilde het geluid van de straat, de wijken en de ondervertegenwoordigde gemeenschappen hoorbaar maken.

Toch is het in de praktijk lastig gebleken om dat geluid structureel te vertalen naar kijkcijfers, leden en vaste programmaformats. Het medialandschap is voller dan ooit. Platforms als YouTube, TikTok en Instagram trekken inmiddels het publiek dat ooit via televisie werd bereikt.
Van idealen naar uitvoering
Waar Omroep ZWART begon als een beweging, moest het ook een organisatie worden – met budgetten, programma’s en contracten. En dat bleek een uitdaging. De passie en bevlogenheid bleven, maar het omzetten van idealen in een duurzaam mediaproduct vraagt om een andere dynamiek.
Critici wijzen erop dat de omroep soms te activistisch zou zijn geweest, waardoor het bredere publiek zich minder aangesproken voelde. Voorstanders vinden juist dat ZWART hard nodig is als tegenwicht binnen een vaak eenzijdige mediaruimte. Feit is dat het evenwicht tussen idealisme en praktische haalbaarheid moeilijk te vinden blijkt.

Een veranderend medialandschap
De strijd van Omroep ZWART is ook een weerspiegeling van een groter probleem. Nieuwe omroepen moeten niet alleen vechten om aandacht, maar ook om bestaansrecht in een wereld waar mediaconsumptie razendsnel verandert. Jonge doelgroepen kijken nauwelijks nog lineair tv, terwijl oudere kijkers vaak trouw blijven aan de gevestigde namen.
Dat zorgt ervoor dat een initiatief als ZWART, hoe vernieuwend ook, moeite heeft om vaste voet aan de grond te krijgen. Het publiek dat het wil aanspreken, zit simpelweg niet meer op de plek waar publieke omroepen traditioneel hun bereik halen.

Akwasi blijft strijdbaar
Toch is Akwasi niet van plan om de handdoek in de ring te gooien. In meerdere verklaringen liet hij weten dat Omroep ZWART alles op alles zet om het ledenaantal op te krikken. Er worden campagnes voorbereid, samenwerkingen gezocht en nieuwe programma-ideeën ontwikkeld. De focus ligt niet alleen op televisie, maar juist ook op online zichtbaarheid.
“De missie blijft dezelfde,” zegt hij. “We willen laten zien dat Nederland meer is dan wat er nu op tv te zien is. En dat we elkaar beter begrijpen als we meer luisteren naar verschillende perspectieven.”

Wat als het niet lukt?
Mocht het niet lukken om de grens van 100.000 leden te halen, dan verdwijnt Omroep ZWART uit het publieke bestel. Dat zou zonde zijn, zeggen veel mediamakers, want juist de aanwezigheid van een omroep met een expliciet inclusieve insteek zorgt voor vernieuwing.
Het zou bovendien een pijnlijk signaal zijn: dat idealisme in de media moeilijk overeind blijft in een systeem dat draait om cijfers. Akwasi zelf zegt dat, wat er ook gebeurt, de boodschap niet zal verdwijnen. “Een beweging kun je niet opheffen,” zei hij in een recente toespraak. “ZWART is meer dan een omroep, het is een idee dat leeft.”

De komende maanden zijn cruciaal
De tijd dringt, maar er is nog hoop. De omroep probeert met vernieuwde campagnes mensen te overtuigen van hun belang in het publieke bestel. Er wordt gewerkt aan programma’s die actuele thema’s op een toegankelijke manier brengen, en er is een focus op samenwerking met jonge makers en online communities.
Of dat genoeg zal zijn, moet de komende maanden blijken. Eén ding is zeker: het verhaal van Omroep ZWART zegt veel over hoe moeilijk het is om idealen te verankeren in een commerciële en snel veranderende wereld.

De missie blijft inspirerend, maar de realiteit hard. Akwasi weet dat beter dan wie ook. En dus blijft hij doen wat hij altijd heeft gedaan: strijden met woorden, beelden en overtuiging — in de hoop dat er toch nog genoeg mensen zijn die geloven in de kracht van verandering.
Dit bericht op Instagram bekijken