Een ontspannen zondagmiddag op het sportcomplex: voor veel vaders is het een vast ritueel geworden. Je staat langs de lijn met een beker koffie in je hand, een half broodje kroket achter je kiezen en een frisse wind die precies nét te hard door je jas waait. Toch hoort het erbij. Je gaat met je kinderen mee naar het voetbal, omdat het leuk is, omdat het hoort en vooral omdat zij ernaar uitkijken. Al spelen ze alsof ze net voor het eerst een bal aanraken en het veld verwarren met een soort openluchtpicknick, je bent erbij. Want dat is wat vaders doen.

En eerlijk is eerlijk: soms is het zo’n middag waarop het allemaal niet loopt. Je kinderen spelen alsof ze in slow motion staan, elke bal rolt de verkeerde kant op en de tegenstander lijkt te bestaan uit kleine profs die ’s nachts waarschijnlijk in een ijsbad slapen en doordeweeks interviewtraining krijgen. Maar dat maakt het niet minder leuk. Want hoe beroerd de wedstrijd soms ook verloopt, je bent samen. En als het eindfluitje klinkt en er weer een nederlaag bijgeschreven kan worden, dan wacht gelukkig altijd nog de zogenaamde derde helft. Een praatje maken, even ontspannen en misschien een drankje drinken terwijl de kids rennen alsof ze nooit moe worden — dat is óók voetbal.
Toch gebeurt er heel af en toe iets dat de dag nét wat memorabeler maakt. Zo’n moment waarvan je denkt: ja hoor, hier gaan we weer. Want deze vader uit ons verhaal? Die is net zo’n type. Een echte familieman, altijd aanwezig, altijd enthousiast en altijd degene die roept dat zijn kinderen “binnenkort echt doorbreken hoor”. Hij zegt het met zoveel overtuiging dat je bijna gaat twijfelen of je niet tóch een kleine Cruyff, Sneijder of Van der Vaart op het veld hebt zien staan. Al trappen ze soms nog eerder op hun eigen veters dan op de bal.

Maar deze vader is helemaal in zijn element. Hij filmt elke actie, elke pass, elke sprint en zelfs het moment waarop zijn kind een beetje struikelt omdat het gras glad lijkt. “Dit is voor later,” zegt hij trots. “Dan kunnen ze zien waar het allemaal begon.” Je kent het wel: vadertrots in zijn puurste vorm.
Alleen… die trots krijgt ineens een onverwachte wending.
Terwijl hij zo enthousiast staat te filmen, volgt zijn camera ineens niet meer de bal. Ook niet zijn kind. Zelfs het doelvlak waar alle actie zou moeten plaatsvinden, raakt langzaam maar zeker uit beeld. Zijn hand zakt een stukje naar links, dan weer naar beneden, en voor je het weet richt de lens zich op iets anders: namelijk op een vrouw aan de zijlijn die net zo geconcentreerd naar haar kind aan het kijken is als iedere andere ouder.

En dat is het moment waarop iedereen denkt: vriend… wat bén jij nou aan het doen?
Want dit is precies het soort tafereel waar je als buitenstaander om moet grinniken, maar tegelijk denkt: kom op, kerel. Focus. De man in kwestie lijkt het zelf niet eens door te hebben. Hij staat met dezelfde serieuze blik als altijd te filmen, alsof hij denkt dat dit waardevolle wedstrijdbeelden zijn die later in een documentaire worden gebruikt. Maar iedereen kan zien dat hij totaal de verkeerde kant op filmt.
Gelukkig is het geen kwaadwillige of respectloze situatie — eerder een typisch menselijk moment waarin enthousiasme, onoplettendheid en een beetje klungelig gedrag samenkomen. Je kent het: je staat ergens naar te kijken, je wordt even afgeleid door iets in je ooghoek, en voor je het weet heeft je camera een heel andere koers aangenomen dan gepland.

Iemand naast hem tikt hem vriendelijk aan. “Eh… maat. Je filmt niet het veld meer. Volgens mij staan je kinderen daar.” De vader schrikt, kijkt op het scherm en ziet pas dan dat hij helemaal de verkeerde richting staat op te nemen. Een bloosmomentje, een verontschuldiging, en hij richt zijn camera meteen weer op het veld. Alsof er niets gebeurd is. Alsof hij niet net het halve team van het beeldscherm heeft geveegd omdat zijn aandacht ergens anders naartoe gleed.
Wat volgt is een charmante combinatie van ongemak en humor. De vader lacht zachtjes in zichzelf, haalt zijn schouders op en herpakt zich. “Even afgeleid,” mompelt hij. “Kan gebeuren.” En eerlijk: dat kan ook gewoon. Iedereen die wel eens betrokken is bij kinderactiviteiten weet dat je soms meer tegelijk probeert te doen dan menselijk haalbaar is. Tussen aanmoedigen, filmen, praten, opletten en reageren door maak je onvermijdelijk een keer een fout. En deze? Die valt ongetwijfeld in de categorie: onschuldig, knullig en vooral heel menselijk.

Uiteindelijk gaat de wedstrijd gewoon door. De kinderen spelen verder alsof de Champions League op het spel staat, ouders moedigen aan alsof ze deel uitmaken van een professioneel coachteam en de vader in kwestie houdt vanaf dat moment zijn camera keurig gericht op de juiste plek. Een wijze les rijker: focus is alles — zeker langs het veld.
En zo blijft het een heerlijke zondag. Niet perfect, niet vlekkeloos, maar precies zoals het hoort: met sport, plezier, ouders langs de lijn, onverwachte momenten en genoeg verhalen voor later. Soms is voetbal namelijk niet alleen vermakelijk vanwege de wedstrijd, maar juist door de mensen eromheen.